Wat ik doe
Contactgegevens
Bedrijven
Particulieren
Plaagdieren

Zoogdieren

  • Ratten
  • Huismuis
  • Spitsmuis
  • Vleermuizen
  • Marterachtigen
  • Bever- en muskusrat
  • Mollen

Ratten

Er komen in Nederland twee soorten ratten voor: de bruine rat en de zwarte rat.

De bruine rat is de meest algemene soort en komt overal in Nederland voor.
De zwarte rat heeft een kleiner verspreidingsgebied en komt hoofdzakelijk voor in provincies Noord Brabant, Limburg en in Twente en enkele havensteden.

RattenDe bruine rat heeft zijn leefgebied hoofdzakelijk op of onder de grond, terwijl de zwarte rat, die een echte klimmer is, zich meestal hoog in gebouwen ophoud. Ratten zijn echt opportunisten, ze maken zich weinig of geen zorgen over de dag van morgen, als ze vandaag maar te eten hebben. Ze kunnen zich dan ook razendsnel aanpassen aan veranderende omstandigheden. En het moet al gek gaan willen ze hun kostje niet bij elkaar weten te vinden. Een weggegooide boterham of een half zakje chips, ze lusten het allemaal. Als het donker is, komen ze uit hun holen en stropen de omgeving af op iets eetbaars. En dat kan van alles zijn: van bessen tot appels, maar ook voer dat voor de vogels is geplaatst, al dan niet op een plankje, want voor een stukje klimmen, daar draaien ze hun poot niet voor om. Zodra er een constante voedselbron is, gaan ze op zoek naar een nestplaats die ze vaak zelf graven in de grond. Maar vaak maken ze hun nest in, of onder allerlei opgeslagen materiaal. Hierin worden al vrij snel de eerste jongen geboren. Soms wel 10 tot 15 jongen tegelijk. De nesten van de zwarte rat bevinden zich hoog in gebouwen, bijvoorbeeld op zolders tussen het dakbeschot. Doordat ratten leven van, en in allerlei afval, in riolen en soms ook kadavers eten, kunnen ze allerlei ziekten verspreiden en vormen ze daardoor een bron van besmettingsgevaar voor mens en dier. Uit het oogpunt van de Volksgezondheid dienen bruine ratten en zwarte ratten dan ook bestreden te worden.

De huismuis

HuismuisIn huis kunt u twee soorten muizen aantreffen: de huismuis en de bosmuis, waarvan de huismuis de meest algemene soort is.

Muizen leven vaak in de zomermaanden lekker buiten in de plantsoenen en de tuin, maar zodra het wat kouder en natter wordt gaan ze op zoek naar droge warme plaats om te overwinteren.

Het is dan ook belangrijk om, voor de herfst echt begint, uw huis te inspecteren op openingen, waardoor muizen naar binnen kunnen komen. Muizen kunnen door openingen van 8 á 9mm. Dat geeft al aan dat het niet gemakkelijk is om het huis muisdicht te maken; de meeste ventilatie-openingen in de spouwmuur zijn vaak al breder. Toch is het op zich nog niet zo erg als een huismuis in de spouwmuur kan komen, als er dan maar geen gaten door de binnenmuur zitten.

Waar moet u opletten bij inspectie:

  • Controleer of de ontluchtingsroosters, want deze zijn meestal van plastic, van de kruipruimte niet kapot zijn. Zo ja, vervang ze dan door een voorzetrooster van roestvrij staal (maaswijdte max. 0,5cm.).
  • Let op doorvoeren van kabels, leidingen, afzuigpijp van de keuken of de wasdroger door de binnen- en buitenmuur. Vaak wordt er wel een rooster op de buitenmuur geplaatst, maar is de binnenmuur niet goed afgewerkt waardoor de muizen, vanuit de spouwmuur langs de flexibele pijp, binnen kunnen komen. Beter is het om een pvc pijp door de binnen- en buitenmuur te maken en pas binnen over te gaan op een flexibele slang.
  • Controleer of er geen gaten of naden door en langs het dakbeschot zitten. Deze dicht maken met gaas en purschuim of, als het ventilatiegaten betreft, met een fijnmazig rooster.
  • Kijk in de meterkast of de doorvoeren niet te ruim zijn, zodat de muizen vanuit de kruipruimte binnen kunnen komen. Deze kunnen eventueel dicht gemaakt worden kit of purschuim

De spitsmuis

SpitsmuisDe spitsmuis is een plaagdier die vrij algemeen is, maar toch minder bekend dan zijn neef, de huismuis. De spitsmuis is meestal donkerbruin tot grijszwart van kleur en heeft in tegenstelling tot de huismuis een spitse snuit zonder knaagtanden. De kop lijkt wel op die van een mol. Daarom heeft de spitsmuis in sommige streken de bijnaam "molmuis".

Het zijn echte nachtdieren, die in de nachtelijke uren op zoek gaan naar insecten en hun larven, wormen, slakken, spinnen. Ze eten erg veel: per nacht hun eigen gewicht aan voedsel. Dit geeft meteen al aan hoe nuttig spitsmuizen zijn en om die reden zijn ze dan ook in de nieuwe Flora en Faunawet beschermd.

Ze krijgen gemiddeld 2 tot 4 nesten per jaar van 4 tot 6 jongen per worp. Al na een week zijn de kleine muisjes vlug genoeg om de moeder te volgen en lopen in een ganzenmars achter elkaar aan.

Overlast heeft men niet vaak van spitsmuizen, als ze maar niet binnen kunnen komen, want dan ontstaat er vaak stankoverlast. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat spitsmuizen de onhebbelijke gewoonte hebben om hun uitwerpselen tegen muren en balken te plakken.

Als u spitsmuizen in huis heeft, heeft het uitleggen van bestrijdingsmiddelen geen enkele zin, omdat spitsmuizen insecteneters zijn. Het bestrijden van spitsmuizen is ook niet toegestaan.

Wat mag u wel doen om het binnendringen van spitsmuizen in een woning te voorkomen? Loop langs de binnen- en buitenzijde van uw woning en kijk of er naden, kieren zijn, waardoor de spitsmuizen naar binnen kunnen komen. Deze gaten moet u dicht maken met cement, purschuim of staalwol. In de meeste gevallen is het probleem dan meteen opgelost en na het opruimen van de uitwerpselen is ook de stankoverlast verdwenen.

Vleermuizen

Vleermuizen zijn één van de oudste zoogdieren uit het dierenrijk. Er zijn fossiele vondsten van 50 tot 60 miljoen jaar geleden. Het bijzondere is dat sinds die tijd de vleermuizen nauwelijks veranderd zijn.

In ons land komen ongeveer 16 soorten voor, waarvan er zo'n tien soorten vrij algemeen zijn.

Enkele soorten leven in bomen en overwinteren in ondergrondse ruimten zoals bunkers en grotten (St. Pietersberg). Van deze soorten zal er zelden of nooit een melding gedaan worden. Andere soorten, zoals de dwergvleermuis en de Nathusius dwergvleermuis, ook wel ruige dwergvleermuis genoemd, komen vaak bij woningen voor, omdat ze vanwege hun geringe omvang in naden en grote stootvoegen kunnen komen. De grotere soorten komen vaak voor op zolders van grote gebouwen zoals kerken en boerenschuren. Er zijn soorten die zomer en winter in dezelfde buurt blijven, maar er zijn ook soorten die duizenden kilometers trekken. Ook zijn er soorten die binnen ons land trekken naar een overwinterplaats, waar ze ieder jaar naar dezelfde plaats terug keren.

In april verzamelen de vrouwtjes zich en vormen kraamkolonies. Vleermuizen breiden zich niet zo explosief uit als gewone muizen, want ze krijgen slechts één, soms twee jongen per jaar. De jeugdsterfte onder vleermuizen is ongeveer 30 tot 40%, wat al aangeeft dat de uitbreiding van een vleermuizenkolonie niet zo snel gaat. Meestal blijven de vleermuizen niet lang op dezelfde plek, maar verhuizen regelmatig binnen een bepaald gebied. Overlast, zo die er al is, duurt dus meestal slechts enkele weken.

Drie vleermuizen in winterslaap in Fort EverdingenAfhankelijk van het weer, gaan de vleermuizen medio oktober, november naar de winterverblijven, waar ze tot maart, april blijven.

Vaak komt de angst voor vleermuizen voort uit de onbekendheid met deze diersoort. Mensen denken vaak dat vleermuizen gevaarlijk zijn, of dat ze in je haren vliegen, of dat ze ziekten overbrengen. Al deze vooroordelen berusten op het negatieve beeld wat wij mensen in de loop der jaren om deze zeer efficiënte insectenvangers hebben opgebouwd.

Wat te doen als er een vleermuis bij, of zelfs in huis zit.

Nooit proberen de vleermuis te pakken, want de grotere soorten kunnen goed bijten.

Vleermuizen die iedere avond tegen schemering uit een stootvoeg, of onder het dak uitkomen, geven in de meeste gevallen weinig of geen overlast. Soms liggen er iedere morgen keuteltjes op de grond of vensterbank, maar dat is ook het enige.

Marterachtigen

In ons land komen zes soorten marterachtigen voor, n.l. de wezel, de hermelijn, de bunzing, de boommarter, de steenmarter en de das. Van deze zes soorten zijn de wezel, de hermelijn en de bunzing de meest voorkomende soorten.

De wezel is de kleinste soort van de zes marterachtigen en is, samen met de bunzing, de meest algemene soort die in ons land voorkomt. De Das is de grootste soort en komt het minst voor. Alle soorten zijn beschermd in de Flora&Faunawet. Dit betekent dat, behalve het dier zelf, ook zijn omgeving en nestplaats niet vernield, of zelfs verstoord mogen worden.

Van de zes soorten zijn de steenmarter en de bunzing de twee soorten die het dichtst bij de mens wonen.

De steenmarter verblijft soms zelfs in of onder het huis (zelfs in de stad). Het is dan ook tevens de soort die het meeste overlast veroorzaakt, vanwege stank en geluidsoverlast in huis, maar ook vanwege zijn vervelende eigenschap om bij auto’s vernielingen aan te richten; zoals het kapot vreten van leidingen en rubbers.

WezelOmdat ze volledig beschermd zijn en dus niet gevangen of gedood mogen worden, levert dit in de praktijk nog al eens conflictsituaties op met bewoners of eigenaren van auto’s.

Marterachtigen hebben een territorium dat ze tegen indringers verdedigen. En binnen het territorium hebben ze meerdere verblijfsplaatsen, zodat ze regelmatig verhuizen en de eventuele overlast vaak maar tijdelijk is.

Bever- en muskusrat

De Muskusrat is inmiddels geen onbekende meer in ons land. Maar sinds een paar jaar is er nog een nieuwe rattensoort bij gekomen, n.l. de Beverrat.

De Muskusrat en de Beverrat zijn beide dieren, ook wel exoten genoemd, die van oorsprong niet ons land voorkomen.

De Muskusrat komt uit Noord-Amerika en de Beverrat uit Zuid-Amerika.
Zowel de Muskusrat als de Beverrat zijn in de Muskusratvorige eeuw naar
Europa geïmporteerd voor de bonthandel, maar toen deze instortte werden ze losgelaten.

De Muskusrat heeft zich inmiddels goed aangepast aan zijn nieuwe leefgebied en heeft zich, met uitzondering van de Waddeneilanden, over heel Nederland verspreid.

De Beverrat heeft het wat moeilijker om zich aan te passen, omdat hij oorspronkelijk een warmer klimaat gewend is en in een strenge winter wordt de populatie van de Beverratten dan ook vaak fors uitgedund. Echter, door de zachte winters van de laatste jaren, heeft de Beverrat toch kans gezien om zich te verspreiden. Zelfs zo goed dat er al speciale vangers zijn aangesteld om alleen de Beverratten te vangen.

De Beverrat is een stuk groter dan de Muskusrat en een volwassen mannetje kan wel tussen de 8 en 10 kilo wegen. De reden dat ze gevangen moeten worden, heeft te maken met het feit dat de dieren hun holen in oevers en waterkeringen graven, waardoor er verzakkingen optreden. In tegenstelling tot de Muskusrat, maken Beverratten hun ingang van hun hol niet onder water, maar boven water. Beverratten worden niet vaak gezien en leven in dichte rietvelden langs de grote rivieren, waar ze niet de kans lopen om gezien te worden. De Muskusrat woont soms zelfs midden in de stad, in parken en tuinen.Muskusrat

De ingang van het hol van de Muskusrat ligt onder de waterspiegel, zodat roofdieren er niet bij kunnen komen. Het gangenstelsels is soms wel 7 meter lang, en bevat opslagruimten om voedselvoorraden op te slaan, en ook kraamkamers. Ze krijgen gemiddeld per jaar 3 tot 4 nesten van 5 tot 7 jongen per worp.

De mol is een zeer veel voorkomend plaagdier.Mollen leven in een territorium met een oppervlakte van ca. 400m² en leven daar solitair. Dit houdt in dat een mol geen andere soortgenoot accepteert in zijn woongebied. Met uitzondering van het voorjaar, dan verlaten de mannetjes hun territorium om op zoek te gaan naar een vrouwtje. Ondergronds heeft de mol dan ook maar één vijand en dat is zijn soortgenoot..Bovengronds komt hij vele vijanden tegen waaronder: reigers, marterachtigen, roofvogels en natuurlijk de mens.

Een mol is te herkennen aan een zwarte tot blauwzwarte gekleurde vacht en spitse snuit, in de vacht verborgen oren en ogen en twee grote graafpoten aan de voorzijde van het lichaam. Mollen zijn praktisch blind, maar kunnen goed horen en ruiken. Mollen zijn goede gravers en zwemmers. Hun schuilplaatsen zijn dan ook vaak te vinden in waterrijke streken. De schuilplaatsen worden gegraven onder hekwerken, afrasteringen en aan de slootkant omdat daar de minste verstoring plaatsvindt door machines of bewerkingen van de grond.

De zelf gegraven gangen vormen een zeer uitgebreid stelsel (soms van 150 meter). In dit gangenstelsel bevinden zich voorraadkamers en nesten. Zij leven van insecten en weekdieren. Zo zijn bijvoorbeeld kevers, wormen en larven zeer populair. Met name in pas ingezaaide tuinen en akkerlanden richten zij veel schade aan omdat één mol in minder dan één jaar vijf kruiwagens grond verzet.

Weringmaatregelen

Wanneer ontdekt wordt dat er mollen actief zijn of men wil voorkomen dat zij zich in de buurt vestigen, zult u het gras regelmatig moeten maaien, het terrein bewerken met zaai, verticuteer en bezandingsmachines en zorgen dat er veel geluidsoverlast is en blijft. Maar zelfs dit garandeert geen mollenvrij terrein. Ook het hoge gras in de slootkanten moet worden verwijderd of kort worden gemaaid.

 

Voor meer informatie of advies kunt bellen naar: Zwiers Ongediertebestrijding 0524-551659 of via E-mail: info@zwiers-ongediertebestrijding.nl