Wat ik doe
Contactgegevens
Bedrijven
Particulieren
Plaagdieren

Insecten

  • Wespen
  • Bijen
  • Hommels
  • Papier/zilvervisjes
  • Vliegen
  • Muggen
  • Voorraadaantasters
  • Textielaantasters
  • Houtaantasters
  • Kakkerlakken
  • Vlooien
  • Mieren
  • Spinnen
  • Lieveheersbeestjes

Wespen

Het is ieder jaar hetzelfde: net als we lekker in de tuin willen zitten, worden we geplaagd door allerlei vliegende plaagdieren die ons leven verzuren. De bekendste zijn natuurlijk de wespen, maar ook hommels en bijen zijn niet geheel onbekenden in onze tuinen. De eerste reactie is: “die beesten moet ik niet, en die moeten zo vlug als het kan de tuin of mijn huis uit, en het liefst nog vandaag”.

Wat u nooit moet doen bij een wespennest:

het dichtmaken van de uitvliegopening!

WespennestIn de meeste gevallen lost dit het probleem niet op, en vaak wordt de overlast juist groter, omdat de wespen geïrriteerd zijn en dan sneller zullen gaan steken.

Het dichtmaken lost vaak niets op omdat ze meestal een nieuwe uitgang vinden of ze maken er weer een. In het ergste geval, en gelukkig gebeurt dit niet zo vaak, komen ze aan de binnenkant te voorschijn; in huis dus. Wat u beter kunt doen, is bellen naar Zwiers Ongediertebestrijding voor gratis advies.

Uiteraard is aan een wespenplaag heus wel wat te doen en in sommige gevallen, afhankelijk van de soort, is het gebruik van bestrijdingsmiddelen geheel niet nodig.

Hoe we wèl met deze plaagdieren om moeten gaan, kunt u lezen in de volgende tips en wetenswaardigheden.

  • Nesten van wespen zijn eenjarig, d.w.z. dat ze in maart/april beginnen met de bouw van hun nest en medio oktober weer afsterven.
  • Ze kunnen ook bij zachte winters niet overleven, maar gaan altijd dood.
  • Nesten worden maar één keer gebruikt, dus met andere woorden, als u dit jaar een nest hebt dan krijgt u niet automatisch volgend jaar weer een nest.
  • Wespen komen tot augustus ook niet op zoetigheid af, maar zijn druk met het vangen van insecten die ze aan de larven voeren. De larven scheiden een zoetige stof af waarmee de volwassen wespen zich voeden. In augustus worden er minder larven geboren, waardoor veel wespen werkeloos worden en dan zoetigheid gaan zoeken.
  • Nooit de invliegopeningen dicht maken, want dit lost het probleem zelden of nooit op. Ook is het vaak een stuk moeilijker om een effectieve bestrijding uit te voeren als dit nodig mocht zijn.
  • Spouw/ventilatie-openingen kunnen in de wintermaanden wel met bijenbekjes dicht gemaakt worden. Dit moet wel gedaan worden voor februari, als de jonge koninginnen nog in winterslaap zijn.

De Hoornaar
HoornaarwespDe Hoornaar is de grootste in ons land levende wespensoort. Ze worden bijna 2,5cm lang. Ondanks hun grootte zijn ze minder agressief dan hun kleinere soortgenoten. Ze leven van insecten. Vooral bijen staan vaak op het menu, die ze doodsteken om vervolgens de honing uit hun buik zuigen. Ook spinnen en rupsen worden gevangen die ze uitzuigen als voedsel voor hun larven. Dit in tegenstelling tot hun kleinere soortgenoten, die de insecten in stukken bijten, om ze vervolgens aan hun larven te voeden. Hun nest maken ze altijd op niet-vochtige plaatsen bovengronds. De doorsnede van het nest is ongeveer 20 tot 35cm.

Ze hoeven alleen bij overlast bestreden te worden. Zodra het kouder wordt sterven de nesten, net als bij de andere wespensoorten af. Alleen de jonge koninginnen overwinteren, om in het voorjaar weer een nieuw nest te bouwen.

Een steek van een Hoornaar is niet gevaarlijker dan van een andere wesp, maar indien men gevoelig is voor wespensteken is het raadzaam naar een huisarts te gaan of een EHBO post.

Bijen

In ons land komen een kleine twintig soorten bijen voor, waarvan we de meeste bijna nooit zullen tegen komen omdat ze in natuurgebieden leven. Ongeveer vijf soorten kunnen we wel in onze tuinen tegen komen. De bekendste uiteraard, is de honingbij die de lekkere honing maakt en vaak gehouden worden door imkers in speciale kasten. Daarnaast is er een groep bekend onder de verzamelnaam “voorjaarsbijen”, die wat minder bekend zijn, maar die we de laatste jaren toch steeds vaker in onze tuinen aantreffen.

Voorjaarsbijen komen in maart/april uit hun winterschuilplaats.

Vaak worden voorjaarsbijen verward met wespen. Voorjaarsbijen zijn echter veel kleiner dan wespen en zijn actief tot half juni, waarna ze weer een jaar weg zijn. Ze zijn solitair, wat wil zeggen dat ze per echtpaar een nest maken. Soms in de grond, soms in de spouwmuur, afhankelijk van de soort. Soms leven ze wel met tientallen echtparen bij elkaar.

In en om huis kunt u de volgende 3 bijensoorten tegenkomen:

  • Graafbijen: vaak met tientallen bij elkaar actief in tuin en tussen straatwerk.
  • Behangersbijen: maken hun nesten in muren en houtwerk. De binnenkant van het nest wordt bekleedt met rozenblaadjes. Vandaar de naam behangersbij.
  • Metselbijen: maken hun nesten in gaten in muren, naden en kieren van schuttingen of dakramen. Het nest wordt van klei gemetseld en met stuifmeel gevuld. Nadat het eitje is gelegd wordt het nest dicht gemetseld.

De honingbij is ook de enige soort die door de mens als een soort huisdier wordt gehouden vanwege de honing die ze produceren. Het is ook de enige soort in ons land die in zulke grote kolonies bij elkaar leven, want een bijvolk kan soms 20 tot 30 duizend individuen bevatten. De koningin is de enige vrouw in deze gemeenschap, die verder meestal alleen uit werkbijen bestaat. Als in de zomermaanden de jonge koninginnen worden geboren vertrekt de oude koningin met een gedeelte van de werksters naar een nieuwe nestplaats. Dit kan zijn in een holle boom, maar ook in de spouwmuur van een woonhuis of bedrijf. We spreken dan van een zwerm die soms wel uit een paar duizend bijen kan bestaan. In afwachting van een goede woonplaats, die door de verkenners wordt gezocht, hangt zo’n zwerm soms aan een tak als een grote bal tot het moment van vertrekken. Vaak kan een imker, indien hij tijdig is gewaarschuwd, zo’ n zwerm in een kast scheppen, en heeft hij er weer een nieuw bijenvolk bij. Is hij echter te laat, dan vertrekt het bijenvolk naar een vaste woonplaats waar ze soms jaren blijven zitten.

 

Hommels hommel

De hommelkoningin is de eerste hommel die u tegen kunt komen na een paar mooie lentedagen, soms al eind februari.

Zij is dan druk bezig met het zoeken naar voedsel en een plek om haar nest te bouwen. Omdat hommels geen agressieve dieren zijn, heeft u er vrijwel geen last van.

Het bestuiven van bloemen, planten en struiken is de belangrijkste taak van de hommel. Giftige middelen en dichtmaken van de opening van het hommelnest maken de problemen alleen maar erger.

Papier/zilvervisjes

Hoe zien ze eruit
Er zijn drie soorten visjes waarvan het papiervisje het meest algemene soort is. Daarnaast komt ook het zilvervisje regelmatig voor in woningen en bedrijven.

Het ovenvisje komt alleen op hele warme plaatsen voor, zoals bij bakkerijen e.d.

De naam van het insect zegt het al. In wezen lijken ze inderdaad veel op een visje. Ze hebben een geschubd lichaam, de kleur is grijs tot heel licht met donkere vlekken. Ze hebben twee lange antennen aan de kop en drie lange staartdraden aan het achterlijf. Als je ze wilt pakken dan kronkelen ze met het achterlijf, waardoor het net een visje op het droge is.

Levenswijze
Beide visjes zijn lichtschuw, dus overdag zal je ze niet veel tegen komen. Ze lijken erg veel op elkaar, maar het verschil zit hem in de staart. Om ze met zekerheid van elkaar te onderscheiden heb je toch wel enige ervaring nodig.

Het papiervisje eet hoofdzakelijk koolhydraten, zoals zetmeel, vochtige granen en meel, maar ook stijfsel en behangplaksel, en gelijmde boekbanden versmaden ze ook niet. Ook postzegelverzamelaars moeten voor de papiervisjes goed uitkijken. Het zilvervisje leeft van een lichte schimmelaanslag die soms in vochtige woningen achter kasten e.d. is te vinden. Ze onderscheiden zich het meest van elkaar door de behoefte aan vocht, want het zilvervisje heeft een luchtvochtigheid nodig van 75% of meer, terwijl het papiervisje genoegen neemt met een luchtvochtigheid van ± 40 tot 75%.

Schade en bestrijding
Het zijn geen plaagdieren die in het kader van de Volksgezondheid bestreden moeten worden. Zowel zilvervisjes als papiervisjes kan je regelmatig in huis of bedrijf tegenkomen en ze veroorzaken zelden schade aan materialen. Maar hun aanwezigheid wordt door veel mensen wel als hinderlijk ervaren, omdat ze vaak in het bad of in glazen en pannen worden aangetroffen.

In die enkele gevallen dat er wel schade optreedt, kan het noodzakelijk zijn om een bestrijding uit te laten voeren door een deskundige. Zelf een bestrijding uitvoeren met allerlei middelen of spuitbussen heeft weinig of geen effect, omdat de meeste van deze middelen bijna geen nawerking hebben. Ook is het van groot belang om weringmaatregelen te treffen om herhaling van de overlast te zoveel mogelijk voorkomen.

Wat kunt u zelf doen:

  • Bij aanwezigheid van het zilvervisje is het verlagen van de luchtvochtigheid, d.m.v. betere ventilatie van b.v. douche en toiletruimte, al voldoende.
  • Bij overlast van papiervisjes:
  • Het regelmatig opruimen en afvoeren van oude tijdschriften e.d.
  • Het verlagen van de temperatuur op zolders en bergingen.
  • Het aanbrengen van ventilatie op zolders en bergingen

Vliegen

Van alle vliegensoorten is de kamervlieg, ook wel huisvlieg genoemd, wel de bekendste soort. Vooral in de zomermaanden komt hij, tot vervelends toe, voor in bijna elke woning. Vaak hangend aan het plafond of rondvliegend om te kijken of er iets te eten is.

Kamervliegen zijn afvaleters en zijn door hun leef- en eetgewoonten overbrengers van allerlei bacteriën die ziekten kunnen veroorzaken bij mens en dier.

Wering en bestrijding
Afval, zowel binnen als buiten, niet open laten staan en regelmatig opruimen, want bij hoge temperaturen duurt de gehele ontwikkeling van ei tot vlieg soms maar één tot anderhalve week.

Om vliegen te weren zoveel mogelijk horren aanbrengen.

Om vliegen in huis te vangen kunnen plakstrips gebruikt worden of ook elektrische vliegenvangers. Voor buiten zijn er vliegenzakken met lokstof waar wel 20.000 tot 40.000 vliegen in gevangen kunnen worden.

Muggen

Als er een top tien van lastige insecten zou zijn, dan stond de mug vast hoog genoteerd, want ze kunnen het ons erg lastig maken als we op een zomeravond lekker in de tuin zitten. Of ´s nachts, als we lekker op bed liggen en er zoemt constant een mug om ons heen.

Levenswijze
Muggen zetten hun eitjes het liefst af in stilstaand water, dat kan zijn in vijvers of sloten , maar ook in een regenton of zelfs in een emmer. Ook water in de kruipruimte van onze woningen kan, indien de temperatuur hoog genoeg is (±15-18º), al een geschikte plaats zijn. De larven leven in het water tot ze verpoppen. Het zijn de vrouwtjes die ons steken, want die hebben bloed nodig om eitjes te kunnen produceren. De wijfjes overwinteren op vorstvrije plaatsen.

Wering en bestrijding:

  • Stilstaand water zoveel mogelijk voorkomen.
  • Water in kruipruimten kan afgedekt worden met paraffine, zodat de larven dood gaan.
  • Armen en benen insmeren met muggenafweermiddelen.
  • Indien nodig kunnen in kruipruimten bestrijdingsmiddelen worden ingezet.
  • Controleren of er water in de kruipruimte staat en de oorzaak proberen op te zoeken

Voorraadaantasters

Vaak komen er bij mij klachten binnen over motten en kevertjes die door de kamer vliegen. Geschrokken gaat men vaak op zoek naar aangevreten kleding en gordijnen. Gelukkig vindt men meestal niets, omdat het vaak geen textielaantasters zijn maar insecten die uit voedselvoorraden komen.

Wat zijn nu precies voorraadaantasters, hoe komen we eraan en, nog belangrijker, hoe komen we eraf.

Er zijn twee verschillende soorten nl.:

  • De voorraadmotten: De vruchtmot, de meelmot en de cacaomot.
  • Broodkever De voorraadkevers: De broodkever, de rijst- en graanklander, de notenkever, en de stambonenkever.

Voorraadmotten tasten dus geen kleding aan, ook al vliegen ze door de hele kamer heen. De voorraadkevers tasten ook geen hout e.d. aan. Zodra men motten, larven of kevers vindt, is het van belang om eerst vast te stellen om welke soort kever of mottensoort het gaat. Probeer dus enkele exemplaren te vangen, het liefst zo heel mogelijk, en bewaar deze in een droog potje voor onze medewerkers, als zij bij u langs komen voor een onderzoek. Wij zoeken voor u uit om welk insect het gaat en geven u advies welke maatregelen er genomen moeten worden, om het probleem op te lossen. Tot die tijd heeft het geen zin om met allerlei insecticiden aan de slag te gaan.

Zodra bekend is om welk insect het gaat, kan men aan de slag om de bron op te zoeken. Bij voorraadinsecten moeten we gaan zoeken naar oude, vergeten voorraden die langer dan een jaar zijn blijven staan in een hoekje van de kast. Of een oud pak hondenvoer dat niet is opgegeten. Vaak maakt men de fout om de oorzaak te gaan zoeken op de plaats waar de insecten worden gevonden. Dit lijkt op zich logisch, maar de insecten misleiden u. Want de broodkever b.v. wil, zodra hij volwassen is, naar buiten om nieuwe voedselplaatsen te zoeken om eitjes op te leggen. Met tientallen zitten ze dan voor het raam en wekken zo de indruk dat ze uit het hout komen. Het bespuiten van de kevertjes die bij het raam zitten zal dan ook weinig effect hebben om de plaag op te lossen. Dit geeft al meteen aan, waarom het zo belangrijk is om vast te stellen om welk insect het gaat. Bij vaststelling van de soort kan men gericht gaan zoeken naar de oorzaak van de plaag. Zodra de bron gevonden is moet deze verwijderd worden, en tevens alle voorraden die geopend zijn. De overige, nog gesloten voorraden, kunnen eventueel diepgevroren worden, om zeker te zijn dat alle larven en eitjes dood zijn. Een bestrijding hoeft in de meeste gevallen niet uitgevoerd te worden. Wel moet men de eerste maanden alert blijven op de aanwezigheid van motten of kevertjes, om nieuwe aantastingen te voorkomen.

Textielaantasters

  • De motten: Kleermot, Pelsmot, Bruine huismot
  • Kevers : Tapijtkever, Pelskever

KleermotKleermot en Pelsmot

Van de motten is de kleermot de bekendste. Daarnaast heb je ook nog de pelsmot en de bruine huismot, ook wel zadenmot genoemd.

Voedsel en levenswijze
De kleermot en de pelsmot geven de voorkeur aan wol, maar leggen eventueel ook eitjes op bont, veren, tapijt en vilt. De larven leven in zelfgesponnen kokertjes, waar ze het gehele larvestadium in blijven, tot ze verpopt zijn. Meestal worden ze verspreidt via materialen en maar zelden via de vlucht van de motten zelf. In enkele gevallen komen ze door een vogel binnen.

Wering en bestrijding

  • Kleding regelmatig luchten en in de zon hangen.
  • Kledingstukken in afsluitbare zakken bewaren, zodat er geen motten bij kunnen komen. Wel de kleding van te voren wassen.
  • Aangetaste kleding behandelen: 4 dagen diepgevroren bij ± -20°C
  • Men kan kleding ook preventief laten behandelen door gespecialiseerde bedrijven en moth-proof laten maken.
  • Tapijten kan men wel met bestrijdingsmiddel behandelen.
  • Lege kasten en kisten te (laten) behandelen.

Houtaantasters

Er zijn twee soorten houtaantasters: Verandelijke boktor

  • nathoutboorders: tasten hout aan in het bos en pas omgezaagde bomen.
  • drooghoutboorders: tasten hout aan dat al verwerkt is in allerlei bouwconstructies en gebouwen.

Nathoutboorders komen soms in grote getalen in huis voor. In de meeste gevallen gebeurt dit door openhaardhout waar de schors nog omheen zit en waar de kevers uitkomen.
De meest bekende soorten nathoutboorders zijn de bastkever en de veranderlijke boktor.
Beide soorten tasten het hout in huis niet aan en door het openhaardhout naar buiten te verplaatsen en de kevers op te zuigen is het probleem opgelost. Een bestrijding is niet noodzakelijk.

HuisboktorDrooghoutboorders zijn een ander probleem.
De Huisboktor, de gewone en de grote Houtwormkevers en de Spinthoutkevers zijn alle aantasters die in staat zijn om constructies van gebouwen te ondermijnen. Vooral de Huisboktor kan de draagsterkte van een houten balk flink verminderen.
Indien u in uw woning of bedrijf een aantasting van deze insecten ontdekt is het raadzaam om uw woning te laten inspecteren en u te laten adviseren over de vervolgacties. Het kan noodzakelijk zijn om de gehele woning te laten behandelen met een middel dat een lange nawerking heeft om verdere aantasting tegen te gaan.

Kakkerlakken

Van alle kakkerlakkensoorten die in ons land voorkomen, is alleen de boskakkerlak inheems. Deze soort komt soms wel eens binnen voor, als mensen uit het bos een stuk hout meenemen voor een Kerststukje of een terrarium.

De overige soorten zijn subtropisch en kunnen zich alleen binnen handhaven. De meest algemene en ook de kleinste soort is de Duitse kakkerlak.

Daarnaast komen ook nog de Oosterse kakkerlak, ook wel bakkerstor genoemd, de Amerikaanse, Surinaamse en de Australische kakkerlak voor. De laatste drie zijn tevens ook de grootste soorten die we kunnen tegenkomen; soms wel tot 4 tot 4,5cm lang.

Het zijn eigenlijk tropische soorten die zich in ons land nauwelijks kunnen handhaven. Kakkerlakken zijn afvaleters en daarom vaak dragers van allerlei bacteriën en dus ook ziekteverwekkende bacteriën. Uit het oogpunt van de volksgezondheid is het dan ook noodzakelijk om plagen van kakkerlakken te bestrijden.

Omdat kakkerlakken door de kleinste naden en kieren kunnen (zeker als ze jong zijn), is het noodzakelijk dat bij een melding ook alle aangrenzende woningen worden onderzocht. Dit om een bestrijdingsactie kans van slagen te bieden. Alle bewoners zijn, in het kader van de Volksgezondheid, verplicht hieraan hun medewerking te verlenen.

Kakkerlakken worden vaak verspreid via allerlei goederen zoals dozen, verkoop tweedehand elektrische apparatuur e.d., met verhuizingen of soms ook meegenomen met vakantie in de koffer of in souvenirs.

Wanneer u vermoedt dat u kakkerlakken in uw woning heeft, meldt dit dan bij uw gemeente of uw woningbouwvereniging. Zij weten hoe ze hiermee om moeten gaan.

Vlooien

Bijna alle vlooien die in onze woningen worden aangetroffen zijn honden of kattenvlooien, afkomstig van ons huisdier. Daarnaast is er soms nog overlast van vogelvlooien, vaak afkomstig uit vogelnesten. En soms rattenvlooien, afkomstig van een dode rat onder de woning.

In de winkel zijn tegenwoordig vrij goede anti-vlomiddelen verkrijgbaar. Vlooienplagen komen dan ook niet zo vaak meer voor. Indien u toch een vlooienplaag in uw huis heeft, is het verstandig dit goed aan te pakken. Het heeft bij een vlooienplaag namelijk geen zin om alleen uw hond of kat te behandelen, maar dient u ook de woning en vooral de slaapplaats van uw huisdier vlovrij te maken. Het gebruik van spuitbussen heeft vaak niet het gewenste effect, omdat deze middelen een te korte nawerking hebben. Om het probleem goed op te lossen is de inzet van een bestrijdingsmiddel met een langere nawerking van ± 3 maanden vaak noodzakelijk.

Mieren

Naast de wespen is de tuinmier één van de bekendste insecten in en om ons huis of bedrijf.

TuinmierBijna ieder van ons heeft wel eens last gehad van overactieve mieren, die in colonne over ons aanrecht liepen, of in het keukenkastje waar ze de jam hadden ontdekt.

Mieren kunnen zeer vasthoudend zijn als ze eenmaal iets van hun gading hebben gevonden, want ze zetten een geurspoor uit naar de lekkernij die ze gevonden hebben en blijven daardoor telkens terugkomen. Om overlast te vermijden is het nuttig om zoveel mogelijk naden en kieren, waardoor de mieren binnen kunnen komen, te dichten. Ook doorvoeren van leidingen door de vloer, want soms zitten de mierennesten in de kruipruimte.

Als de overlast desondanks aanblijft, is het noodzakelijk om het nest op te zoeken en deze te bestrijden, om een einde te maken aan de overlast.

Spinnen

Spinnen zijn nuttig omdat ze veel insecten vangen. Om die reden zijn ze dan ook beschermd in de Flora&Fauna wet. Maar hun aanwezigheid, en de keuze van hun nestplaatsen in en om het huis, maakt dat hun aanwezigheid niet altijd gewenst is. Daar komt nog bij dat sommige mensen een spinnenfobie hebben en dat maakt spinnen ondanks hun nut vaak niet erg geliefd.

Ook het deponeren van hun vieze zwarte uitwerpselen op kozijnen en muren maakt het er niet beter op. Maar zoals al is gezegd, ze zijn beschermd, d.w.z. dat we ze niet mogen doden en zelfs niet mogen verstoren. Er zijn dan ook in Nederland geen middelen toegelaten ter bestrijding van spinnen.

SpinnenragWat mogen we en kunnen we wel doen:

  • Zoveel mogelijk naden en kieren dichten om te voorkomen dat ze binnen kunnen komen.
  • Spinnen op plaatsen waar ze overlast veroorzaken, wegzuigen met stofzuiger.

De bekendste soorten zijn de Wielspinnen, huisspinnen en de roofspinnen.
De eerste soort, waartoe ook de kruisspin toebehoord, zijn degene die de webben maken in de tuin en langs de gevel.

Van de huisspinnen is de grote huisspin degene die de meeste overlast binnen veroorzaakt. Het is een spin met een zwart lijf en grote lange poten die soms over de vloer of op de muur loopt. Een gewoonte waar hij geen vrienden mee maakt.

De roofspinnen maken geen web, maar jagen al rennend achter hun prooien aan. De meest bekende is de zebraspin, die buiten in de tuin vaak over de tegels op de muur zijn prooi vangt.

Lieveheersbeestjes

De meeste mensen weten wel hoe een lieveheersbeestjes eruit ziet. Maar dan bedoelen ze de volwassen kever, want de larven die zijn veel minder bekend. Op het plaatje hierboven ziet u een larve van een lieveheersbeestje. Hij lijkt geheel niet op zijn latere uiterlijk als kever.

De meeste lieveheersbeestjes hebben een zwarte kop en een oranje achterlijf met twee of meerdere zwarte stippen. Er zijn echter vele andere kleuren zoals zwart met oranje stippen, maar ook geel met zwarte stippen.

Lieveheersbeestjes, en dan met name hun larven, zijn luizeneters en daarom zeer geliefd in onze tuin. In de meeste gevallen is er geen overlast van zowel de larven als de kevers, maar de laatste jaren zijn er Spinbuitenlandse soorten uit Australië ingevoerd om de inheemse soort te helpen met het vangen van luizen. Sinds die tijd zijn de lieveheersbeestjes massaal toegenomen en vormen soms een plaag als ze in het najaar een overwinterplaats opzoeken. In sommige gevallen verdwalen ze dan soms binnen in woningen en bedrijven, en veroorzaken daardoor overlast omdat ze met honderden tegelijk gaan rondvliegen.

Het opzoeken van de plaats waar ze binnen komen en het dichten van naden en kieren lost de overlast meestal al geheel op. Een bestrijding is niet nodig en de verdwaalde exemplaren kunnen worden opgeveegd of opgezogen.

 

Voor meer informatie of advies kunt bellen naar: Zwiers Ongediertebestrijding 0524-551659 of via E-mail: info@zwiers-ongediertebestrijding.nl